Bron: Stg CCC - patientenervaringsverhalen.nl

Recensent: Marja Schouten

Soort boek/Stijl/Aandoening:

         Dit is een boek over rouwverwerking. Na de zelfgekozen dood van haar zus
         Margot in 1999 verlaat Lieke Noorman de journalistiek. Ze is niet in staat dit  
         verlies te verwerken en raakt zichzelf kwijt. Ze doolt jarenlang, verstikt in
         zelfhaat, rond in talloze simpele baantjes. Als ze maar niet hoeft na te denken.
         In 2006 komt ze min of meer toevallig als koffiejuffrouw terecht in een
         uitvaartcentrum in Amsterdam Zuid.

Korte bespreking:

Dit boek heeft twee verhaallijnen. De eerste betreft de wondere wereld van het uitvaartwezen: receptionistes met diepe decolletés, Surinaamse wassingen en het verorberen van een broodje rookvlees in de aflegkelder. Daar tussendoor doemt telkens het beeld op van haar zusje Margot (Tootje), met wie de schijfster ‘gesprekken’ voert.

Noorman wordt bij de hand genomen door uitvaartleidster Sandra, een toffe meid die haar invoert in de geheimen van het uitvaartwezen.

Ook komt de bonuscultuur aan de orde in de vorm van een nuffige directeur, een ijdele kwast, die eist dat zijn koffiecupjes elke dag in slagorde staan opgesteld. Het bonussysteem wordt het slimst opgepikt door Chris, een charismatische figuur in Italiaanse maatpakken. Als een overledene ligt opgebaard in de duurste kist van het assortiment, lacht Sandra: ‘Zeker een van Chris.’ Zijn geheim: de rouwenden verleiden, en hen slechts de duurste kisten en limo’s uit het assortiment tonen.

Aan het slot wordt Noorman geconfronteerd door een jong meisje dat zelfmoord heeft gepleegd. Dan volgt onherroepelijk een catharsis, die het Noorman mogelijk maakt de daad van haar zusje Tootje te accepteren.

Wat viel op:

Haar fenomenale schrijfstijl, humor, mededogen en oog voor detail. Ook hoe Noorman haar belevenissen in het uitvaartcentrum weet te verweven met het verwerken van haar verdriet over haar verloren zusje is zeer indrukwekkend.

Citaten:

‘Boven op de kledingkasten liggen een stuk of tien hoeden. Zwierige borsalino’s, stijve dopjes, bolhoeden met voile, hoeden met kunstbloemen, hoeden met strikken; binnen de rouwmode blijkt verrassend veel variatie mogelijk. Het meest opvallende exemplaar is een met gaas en zwarte zijde omwikkeld slagschip. ‘Die is van José,’ gniffelt Sandra. Ze werpt een snelle blik over haar schouder en fluistert samenzweerderig: ‘Daar moet je toch niet aan denken, dat zoiets op je uitvaart komt binnenzeilen.’ (pag. 32)

‘Ik verwacht niet veel mensen, want het is een Trupje,’ zegt Sandra. Ik loop achter haar aan. ‘Het is er een van de sociale dienst, dat noemen wij Trupje. Team Rampen en Uitvaarten of zoiets. Vroeger heette het een Buggetje, Bureau Uitvaarten Gemeente. Hebben ze wat te doen die ambtenaren.’ (pag.48).

Recensies/ Extra:

Marja Pruis, website De Groene (http://www.groene.nl/): ‘Fijnzinnig, niet spottend, maar met het oog voor het absurde en gevoelige…. Langzaam wordt de herinnering aan Tootje minder pijnlijk en draaglijk. Het einde las ik vanochtend met dichtgesnoerde keel.’

De Morgen: ‘Noorman heeft een trefzekere stijl en staat graag stil bij betekenisvolle details. Hoewel ze op gezette tijden vlijmscherp uit de hoek komt, ademt haar hele werk liefde en mededogen.’

Olivier Kerkdijk, VPRO:‘Haar gave voor observatie, sfeertekening en puntig portretteren blijkt Noorman…allerminst verloren. Ongezouten, confronterend, soms surreëel is de veelkleurige schets van het werken tussen de recent verscheidenen en bedroefde nabestaanden. Indringend de daarin verweven zoektocht naar antwoorden…Pragmatisme naast bespiegeling, memento mori naast carpe diem. Contrast te over, catharsis onvermijdelijk.’

Persoonlijke noot van de recensent:
   Ik had dit boek net gelezen toen ik aanwezig was bij de uitvaart van een hoogbejaarde actrice/zangeres. Zij werd in kleine kring begraven op de Nieuwe Ooster, omgeven door familie, vrienden, collega’s en buren. Het was een liefdevolle, maar ook vrolijke dienst, georganiseerd door haar zoon. Haar bekendste liedjes werden gezongen en anekdotes verteld. Daarna een kort samenzijn met een hapje en een drankje, sober en liefdevol.

Ik ging even buiten een sigaretje roken. Daar stonden twee vrouwen, zo te zien vrouwen die gewend zijn per fiets door Amsterdam te laveren. Ze stonden te praten met de chauffeur van een meterslange limo. ‘Moeten we straks weer in dat malle ding?’ hoorde ik de een tegen de ander giechelen.

Het lag me op de lippen om te antwoorden: ‘Zeker eentje van Chris.’