Na de zelfmoord van haar zus Tootje, raakt journaliste Lieke de weg even kwijt. Ze onderneemt verschillende stappen om dit grote verlies te verwerken, maar niets lijkt echt te helpen. Tot ze na een paar jaar besluit om in een uitvaartcentrum te gaan werken, waar ze de hele dag tussen de doden is.

Het werken als koffiedame in een uitvaartcentrum is niet moeilijk, maar er komt wel wat bij kijken. Zo legt haar nieuwe cheffin Sandra het aan Lieke uit op haar eerste werkdag. En al snel komt Lieke er achter dat de uitspraak van Sandra klopt. Koffie klaarzetten is niet moeilijk, maar er komt wel iets bij kijken om met rouwenden om te gaan en je vaak in de nabijheid van een lijk te bevinden.

Met de eerste paar doden heeft Lieke nog moeite, maar al snel went ze en vindt ze haar draai in het uitvaartcentrum. Ze kletst tegen de doden, kijkt af en toe zelfs in de kelder waar de lichamen afgelegd worden, leert hoe ze een kist dicht moet schroeven en hoe ze de rouwenden moet begeleiden.

Ondanks het ietwat morbide karakter van haar werk, heeft ze het naar haar zin. Ze heeft fijne en minder fijne collega's en tussen de uitvaarten door wordt er gewoon gekletst over het avondeten en vakanties en worden er grappen en grollen gemaakt.

Het werk zelf gaat Lieke dus behoorlijk goed af. Maar als je continu geconfronteerd wordt met de dood, moet je haast wel steeds aan je eigen dode zus denken. Lieke denkt terug aan tijden waarin het nog goed ging met Tootje, aan de periode vlak voor het einde, het einde zelf en of het misschien voorkomen had kunnen worden.

Het liefst zou ze heel kwaad willen worden op haar zus, omdat ze besloot op te geven. Maar in al die jaren na haar dood, is dat Lieke nog nooit gelukt. Tot ze een uitvaart van een meisje van 25 moet begeleiden. Ze heeft zelfmoord gepleegd. Plots wordt Lieke woest, aanvankelijk op dat stomme kind van 25, maar de woede is uiteraard eigenlijk voor Tootje bestemd. Zal het Lieke dan eindelijk toch lukken om de zelfmoord van haar zus te accepteren?

De uitvaartwereld is een wereld waar ik enerzijds ontzettend benieuwd naar ben, en anderzijds zo min mogelijk mee te maken wil hebben. Lieke Noorman heeft me een ontzettend leuk kijkje gegeven in de uitvaartwereld, wat lang niet zo luguber is als je denkt.

Iedereen gaat dood, en dan is het fijn dat er mensen als Lieke en haar collega's zijn, die je wassen en aankleden, opmaken, in een mooie kist leggen en je stijlvol opbaren. En niet alleen dat, ze begeleiden ook nog je naasten, zodat de uitvaart soepel verloopt. En daar houdt het werk van een uitvaartcentrum op, want dat rouwen moet je helemaal zelf doen.

Op openhartige wijze schrijft Lieke Noorman over de dood van haar zus, en over haar gevoelens en gedachten. En dat is intens. Intenser dan de verhalen over chique dode dames met knalrode sokken en dode mannen die zo dik zijn, dat het afleggen haast niet te doen is.

Toch is 'Tootje, het leven in een uitvaartcentrum' geen loodzwaar boek. Natuurlijk zitten er droevige passages tussen, maar ook vrolijke stukken. Wat dat betreft heb ik enorm veel bewondering voor de auteur Lieke Noorman, daar zij precies de balans heeft gevonden tussen licht en luchtig en dit geen dagboek vol zelfbeklag is geworden van een rouwende journalist. Tevens complimenten voor de mens Lieke Noorman, die haar verdriet op zo'n manier met de wereld durft te delen.

'Tootje, het leven in een uitvaartcentrum' krijgt vier van de vijf roze kogels.

Uit Pinkbullits, webmagazine voor de jonge vrouw